Home > Publicaties > Over rugklachten

Over rugklachten

De rug is een kwetsbaar deel van ons lichaam. Hij wordt makkelijk te zwaar belast. Bijvoorbeeld door langdurig in een en dezelfde houding te zitten. Maar ook door het tillen van kinderen, volwassenen of zware voorwerpen, door te buigen en te draaien. Veel mensen hebben last van hun rug. Soms zelfs zo erg dat ze hun werk niet meer kunnen doen.

Rugklachten, je hebt ze zo, je komt er moeilijk van af

Als we onze wervelkolom strekken, buigen of draaien, worden die bewegingen veroorzaakt door de spieren die om de wervelkolom heen zitten. Onze rug krijgt het zwaar te verduren als die spieren worden overbelast. Dan kan beschadiging van de rug optreden, bijvoorbeeld van de spieren, de bindweefselbanden of, en dat is ernstiger, van de tussenwervelschijven.

Rugaandoeningen kunnen ontstaan als je langdurig in een bepaalde houding zit of staat. Bijvoorbeeld wanneer je een tijdlang een zwaar voorwerp moet vasthouden. Je gebruikt dan lange tijd achter elkaar dezelfde spieren, waardoor de bloedvoorziening belemmerd raakt. Het kan ook zijn, dat de gewrichten te lang in dezelfde houding zijn gebleven.

Een andere vorm van overbelasting kan zich voordoen als het lichaam in beweging is. Denk hierbij aan bewegingen die vaak herhaald moeten worden, zoals spitten of tillen.Hoe zwaarder het gewicht dat getild moet worden, des te groter is het risico van rugklachten. De meeste mensen vergeten dat vaak ook het gewicht van het bovenlichaam moet worden verplaatst. Bij verkeerd of te lang tillen, kan zelfs het verplaatsen van lege gebaksdozen rugklachten veroorzaken. En dan hebben we het hier nog niet eens over wat stress met je lichaam doet.

Veel werkzaamheden die we verrichten, veroorzaken een gecombineerde belasting door houding en beweging. Denk bijvoorbeeld maar aan een stucadoor die zichzelf op een ladder in evenwicht moet houden (houding) en boven zijn hoofd de plekspaan langs het plafond haalt (beweging).

Als we onze rug overbelasten, kan dat leiden tot verschillende aandoeningen:

Wie loopt risico?

In principe kan iedereen een rugaandoening krijgen. Toch is de kans erop groter bij beroepen waarbij het om zwaar lichamelijk werk gaat. Stratenmakers en bouwvakkers bijvoorbeeld. Verpleegkundigen, zieken- en bejaardenverzorgsters die hun patienten moeten tillen. Operatie-assistenten, die langdurig in dezelfde houding boven een patient 'hangen'. Beroepen die bestaan uit het tillen en dragen van allerlei producten of mensen (kinderen), zoals medewerkers van kinderdagverblijven.Chauffeurs die lang in dezelfde houding achter het stuur zitten en daarna moeten ladenen lossen. Het zijn misschien voor de hand liggende voorbeelden. Maar er bestaan heel wat meer beroepen waarbij een grote kans bestaat op het krijgen van rugklachten.

Wanneer loop je risico?

De manier waarop het werk wordt uitgevoerd en de omstandigheden waaronder je je werk doet, bepalen of je veel of weinig risico loopt. Hoe moet je tillen? Moet je iets over een grote afstand verplaatsen? Is het makkelijk te hanteren? Moet je langdurig stilstaan? Is het werktempo hoog of laag? Maar ook: hoe is de sfeer? Heb je last van spanningen? Durf je geen 'nee' te zeggen?

Loopt iedereen hetzelfde risico?

Niet alleen het werk op zich en de arbeidsomstandigheden spelen een rol. Ook allerlei persoonlijke factoren kunnen van belang zijn, zoals iemands leeftijd, gewicht, lengte, geslacht, persoonlijkheid, erfelijke aanleg, ervaring. De manier waarop iemand gewend is te tillen, is natuurlijk ook belangrijk. Gelukkig valt daaraan een hoop te doen: 2 Coach You Training & Consultancy heeft met de training Gezond werken in de Kinderopvang en Peuterspeelzalen een uiterst doelmatige aanpak ontwikkeld om verstandig te leren tillen.

Hoe zijn rugklachten te voorkomen?

Het lijkt misschien een open deur, maar voor alles geldt: probeer zo weinig mogelijk te tillen en zoveel mogelijk hulpmiddelen te gebruiken. Moet je toch tillen, houd je dan aan de volgende 10 regels:

  1. Buk en til niet onnodig, gebruik waar mogelijk hulpmiddelen. 
  2. Verstandig tillen kost net zoveel tijd als onverstandig tillen: doe het dus met verstand.
  3. Bepaal vooraf het gewicht van de last; til niet teveel ineens. Schroom niet om je collega's om hulp te vragen.
  4. Sta recht voor de last, til nooit met gedraaide rug, verplaats je voeten als je moet draaien.
  5. Bepaal het zwaartepunt van de last en zoek een goede balans alvorens met het echte tillen te beginnen.
  6. Til met twee handen, houd de last zo dicht mogelijk bij het lichaam, til niet hoger dan schouderhoogte.
  7. Buig door de knieen, houd de rug zoveel mogelijk recht, beweeg langzaam. Gebruik vooral je been- en buikspieren.
  8. Luister naar je lichaam: neem signalen serieus.
  9. Maak zaken waar je last van hebt (zoals slechte sfeer, hoge werkdruk, niet de juiste hulpmiddelen) bespreekbaar.
  10. Til volgens de duidelijke instructies van de training Gezond werken in de Kinderopvang en Peuterspeelzalen bij 2 Coach You Training & Consultancy.

Wat te doen als je toch moet tillen?


Volgende: Visualisatie
Vorige: Over RSI